Over Edith Stein

Het leven van een bijzondere vrouw — van Breslau tot Auschwitz.

Biografie

Over Edith Stein

Het leven van een bijzondere vrouw — van Breslau tot Auschwitz.

1918-1923

Bergzabern en Breslau

Na haar vertrek uit Freiburg verbleef Stein vooral bij haar familie in Breslau en bij vrienden in Bergzabern. Een beslissend moment kwam in de zomer van 1921, toen ze de autobiografie van Teresa van Ávila las. Ze herkende daarin de waarheid waarnaar ze lang had gezocht.

Op 1 januari 1922 werd Stein in de Sint-Martinuskerk van Bergzabern katholiek gedoopt. Ze koos Theresia Hedwig als doopnamen. Haar bekering betekende voor haar geen afwijzing van haar Joodse afkomst, al bezorgde deze keuze haar moeder veel verdriet.

Op de foto het doopregister van de parochie, waarin Edith Stein werd opgenomen. Het is later aangevuld met de datum en plaats van haar vormsel. Helemaal rechts beneden op de pagina zijn ook de data van haar zalig- en heiligverklaring toegevoegd.

Op de tweede foto ziet u de doopvont in de kerk met apart het boekwerk op de deksel. Op het deksel staat een Latijns gebed. In het Nederlands:
God, U hebt de waardigheid van de menselijke natuur op wonderbare wijze geschapen en haar op nog wonderbaarder wijze hersteld. Een deel van de letters zit achter de vogel, maar de tekst is herkenbaar als: Deus, qui humanae substantiae dignitatem mirabiliter condidisti et mirabilius reformasti.

In de apsis tegen de buitenmuur staat het kruis met corpus, dat geheel vervaardigd werd uit spoorrails. Deze staan symbool voor de laatste weg die Edith Stein moest gaan. Ook de ambo is uit spoorstaal vervaardigd.
Het originele boek met de autobiografie van Teresia van Avila, met handschrift van Edith Stein, is in de kluis van de kerk opgeslagen.

1931-1933

Münster

Naast haar werk als lerares in Speyer blijft Edith Stein wetenschappelijk onderzoek doen. Daarnaast geeft zij in binnen- en buitenland lezingen. Maar de combinatie van lesgeven in Speyer, het reizen voor de vele lezingen en het onderzoek leidt ertoe dat zij Speyer verlaat. Als reden voor haar ontslag schrijft ze: „De heilige Thomas neemt geen genoegen meer met de uurtjes die ik voor hem vrijmaak; hij wil mij helemaal.” (ESGA 2, brief 146, 28 maart 1931).

In 1931 diende Edith Stein haar habilitatieonderzoek in onder de titel “Potenz und Akt. Studien zu einer Philosophie des Seins” (“Potentie en Act. Studies voor een filosofie van het Zijn”).Het onderzoek richt zich op de filosofie van Thomas van Aquino en de fenomenologie. De habilitatie werd echter niet aanvaard, mede omdat vrouwen in Duitsland destijds nog nauwelijks toegang hadden tot een universitaire leerstoel.
Het werk werd later herzien en uitgebreid. De definitieve, omvangrijkere versie verscheen postuum onder de titel “Endliches und ewiges Sein. Versuch eines Aufstiegs zum Sinn des Seins” (1936 geschreven, 1950 gepubliceerd).

Nadat ook deze nieuwe poging om haar habilitatie te behalen mislukt, aanvaardt ze een betrekking als docente aan het katholieke Duitse Instituut voor Wetenschappelijke Pedagogiek in Münster. Daarvoor geeft ze op 23 oktober 1931 een openbare proeflezing over Elisabeth van Thüringen in de feestzaal van het Cimbernhaus. De lezing wordt diezelfde dag aangekondigd in de Münsterische Zeitung. Haar academische werk duurde daar slechts kort.
Nadat Hitler in januari 1933 aan de macht was gekomen, werd haar positie vanwege haar Joodse afkomst onhoudbaar. In april moest zij haar onderwijs beëindigen.

Stein doorzag vroeg het gevaar van de Jodenvervolging. Ze probeerde paus Pius XI per brief (zie foto) tot een duidelijke veroordeling van het nazisme en antisemitisme te bewegen.
In oktober 1933 nam ze afscheid van haar familie en trad in in de Karmel in Keulen

Op de afbeelding een Edith Stein-relief van de hand van Hilde Schrük-Frisch dat nog steeds te zien is in de Hof des Marianums aan de Frauenstraße in Münster (Foto: J. W. Gernert)

1942

Westerbork-Auschwitz

Edith en Rosa werden via het politiebureau in Roermond eerst naar Kamp Amersfoort gebracht en vervolgens naar doorgangskamp Westerbork. Getuigen beschreven hoe Edith daar kalm bleef en zich over kinderen en ontredderde gevangenen ontfermde.

In het kamp werden zij nog bezocht door o.a. dhr. Van Kempen uit Echt, die op hun verzoek kleding en enkele spullen waaronder een rozenkrans kwamen brengen. Bij die gelegenheid mocht Edith buiten het kamp gaan. Van de gelegenheid om alsnog te vluchten maakte zij geen gebruik.
Op 7 augustus werden de zussen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Waarschijnlijk werden zij kort na aankomst, op 9 augustus 1942, in een gaskamer vermoord.

Edith Stein werd in 1987 zalig en in 1998 heilig verklaard. Sinds 1999 is zij patrones van Europa en daarmee één van de katholieke beschermheiligen van Europa. Haar leven wordt herinnerd als dat van een Joodse vrouw, filosofe, katholieke kloosterlinge en slachtoffer van de Holocaust vanwege haar Joodse afkomst.